
Het bakstenen stationsgebouw dateert uit 1906, maar is opgetrokken volgens het type 'Staatsspoorwegen 1895'.
Voor de bouw van dit station in baksteen hadden de spoorwegen reeds een houten treinstation opgetrokken, wellicht rond 1895 bij de oprichting van de Zeebrugse haven en de aanleg van de spoorlijn 51 bis van Brugge via Zeebrugge naar Knokke.
Vlak naast het eigenlijke station staat ook het 'Lampisteriegebouw' waar men destijds de lampen bewaarde. Aan de overkant van het spoor staat nog een kleine niet gerestaureerde opslagloods in dezelfde stijl en nog eigendom is van de Belgische spoorwegen.
Ook de 'wachterswoning' is bewaard en als monument beschermd. Hierin woonde destijds overwegwachter.

Nadat de Belgische spoorwegen hadden besloten om in heel het land veel kleine stationsgebouwen te sluiten en te verkopen, stond het treinstation van Lissewege geruime tijd te verkommeren. Ondertussen had de stichting 'VVV-Lissewege vzw' een beschermingsaanvraag ingediend bij de Vlaamse overheid. Er waren plannen en een studie om in het gebouw een Bezoekerscentrum uit te bouwen maar dit ging niet door. Het gebouw werd uiteindelijk gekocht door een Britse makelaar die er niks mee aanving. Het mooie gebouw takelde verder af. In 2009 werd het aangekocht door Dhr Patrick Stoop die het prachtig liet restaureren en z'n grandeur van vroeger terug gaf. Het interieur werd omgetoverd tot een expositiezaal met behoud van originele details zoals o.a de 2 loketten.
Na de grondige binnen- en buitenrestauratie kreeg het treinstation een nieuwe bestemming. Het werd een kunstgalerie. Op 15 juli 2011 werd het plechtig geopend. Het is Lisseweges jongste monument en na de restauratie een belangrijke cultureel-toeristische aanwinst geworden.